Foto: Pixabay
PBL publiceert tussentijdse analyse

Concept-RES'en: bereidheid, maar ook 'fundamentele' keuzes te maken

Energieregio's die werken aan een concept van de Regionale Energie Strategie (RES) tonen grote bereidheid om bij te dragen aan het halen van het doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 35 terawattuur (TWh) elektriciteit op te wekken uit zon en wind. Dat signaleert het Planbureau van de Leefomgeving (PBL), dat donderdag een tussentijdse analyse van de concept-RES'en presenteert. Wel komen knelpunten naar voren, onder andere rond de capaciteit van het netwerk. 

Ook liggen nog fundamentele keuzes op tafel over verantwoordelijkheden, financiering en regelgeving, stelt het PBL. Keuzes die niet alleen bij de regio’s liggen maar ook bij andere partijen, niet in het minst bij het Rijk. Alle RES’en onderstrepen het belang van een ‘eerlijke verdeling van lusten en lasten’. Het organiseren van bestuurlijk draagvlak en het creëren van maatschappelijke betrokkenheid verkeren nog in een beginstadium.

Bod overtreft doel van 35 TWh

De totstandkoming van de RES’en is een proces van onderop. Opvallend is volgens het planbureau dat het opgetelde bod van regionale ambities het nationale doel van 35 TWh ruimschoots overschrijdt en op ongeveer 50 TWh uitkomt. De nu aangeleverde RES’en zijn voorlopige concepten. Er zullen nog veel keuzes gemaakt moeten worden, zoals over de uiteindelijke verdeling tussen zon en wind. Voor zover het gaat om nieuwe ambities, bovenop de huidige productie en productie op grond van een subsidiebeschikking (SDE+), lijken veel regio’s de voorkeur te geven aan zon.

De voorkeuren voor kleinschalige, ruimtelijk gemakkelijker inpasbare installaties zijn vaak niet het meest kostenefficiënt 

De voorkeuren van regio’s voor kleinschalige, ruimtelijk gemakkelijker inpasbare installaties zijn vaak niet het meest kostenefficiënt qua netwerk, technologie en omvang. Regio’s zijn ook gestart met de Regionale Structuur Warmte, maar de uitwerking ervan wacht veelal nog op de gemeentelijke warmteplannen. Die worden uiterlijk in 2021 door de gemeentes vastgesteld.

Ruimtelijke uitwerking vraagt aandacht

Alle regio’s geven in hun concept-RES aandacht aan het ruimtegebruik. De mate van uitwerking verschilt sterk tussen regio’s en deelregio’s. De ruimtelijke consequenties van een RES zijn in de meeste gevallen nog niet zichtbaar. Soms zijn zoekgebieden ruim gekozen en vaag omgrensd. Ruimtegebruik beperkt zich vaak tot het ‘inpassen’ van energie-installaties in zoekgebieden. Over ruimtelijke belangen die regiogrenzen overschrijden, zoals bij Natura 2000-gebieden, is bovenregionale afstemming nodig.

Capaciteit elektriciteitsnetwerk op de proef

Regionale netbeheerders hebben voor de meeste RES’en netimpactanalyses gemaakt. In vrijwel alle regio’s zijn knelpunten in het netwerk gesignaleerd. Hierbij speelt onder andere de voorkeur van veel regio’s voor zon boven wind een rol. Regio’s en netbeheerders zoeken naar passende oplossingen, maar afspraken over kosten en over prioritering bij een chronisch tekort aan capaciteit op het netwerk zijn nog niet gemaakt.

Draagvlak en betrokkenheid

Alle regio’s geven aandacht aan participatie en lokale inbreng, maar op heel verschillende manieren. Regio’s zijn onzeker over wat het beste moment is om burgers te laten participeren. Vaak is die participatie pas later in het proces voorzien, bijvoorbeeld op een moment dat zoekgebieden voldoende concreet zijn om erover in gesprek te gaan.

Regio’s zijn onzeker over wat het beste moment is voor burgerparticipatie

De voorlopige concept-RES is ook nog niet altijd formeel voorgelegd aan besluitvormende organen, zoals gemeenteraden. Wel zijn gemeenteraden op allerlei manieren geïnformeerd en zijn zij soms al akkoord gegaan met eerdere kaderstellende documenten (startdocumenten, oudere energieakkoorden).

Planning 

Vandaag moeten de 30 energieregio's hun concept-RES'en inleveren. Het PBL maakte gebruik van de voorlopige concepten. Ondanks de impact van corona, is het met een ruimere planning bijna alle energieregio’s gelukt om rond de oorspronkelijke deadline te publiceren. De tussentijdse analyse dient ertoe om betrokkenen zicht te geven op wat nodig kan zijn om tot een goede RES te komen. De tussentijdse analyse biedt een spiegel op nationaal niveau op basis van de individuele RES’en. De analyse levert geen kwantitatieve doorrekening en geen benchmark of beoordeling per regio. Het PBL keek naar de concepten vanuit de thema’s die de handreiking van het Nationaal Programma RES benoemt: elektriciteit, Regionale Structuur Warmte, ruimtegebruik, energiesysteemefficiëntie en bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid.

Vanaf vandaag analyseert het PBL de beschikbare netimpactanalyses en alle dertig concept RES’en voor de Monitor concept-RES. Dit eindrapport richt zich vooral op het nader kwantificeren van doelbereik in het licht van de vele onzekerheden. Het wordt uiterlijk 1 februari volgend jaar gepubliceerd.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen