Foto: Wadi met speelelementen. Foto: Nanda Sluijsmans

7 ontwerpprincipes voor een succesvolle wadi

Het doel van een wadi is het opvangen van water na een hevige regenbui. Daarnaast kan een wadi een recreatieve functie hebben, en de beplanting erin bijdragen aan verkoeling en de biodiversiteit. Welke ontwerpprincipes helpen een wadi te laten slagen? Vera Brinkman keek in opdracht van de gemeente Deventer naar het functioneren van bestaande wadi’s in de Rivierenwijk, onderzocht welke plantensoorten er geschikt zijn en formuleerde ontwerpprincipes om een wadi tot een succes te maken.

1. Combineer waar mogelijk ecologie met andere functies

Omdat een wadi zich kenmerkt door zijn functie, het bergen van water na hevige regenbuien, moeten ontwerpers hier rekening mee houden bij het kiezen van beplanting. Als het mogelijk is, is het interessant om de functie van waterberging te combineren met ecologie en recreatie. Beplanting kan bijdragen aan de biodiversiteit. Dit moet echter niet ten koste gaan van de veiligheid en waterberging. De meeste wadi’s in Nederland hebben alleen een graslaag als beplanting, omdat dit makkelijk te onderhouden is en deze redelijk goed tegen een aantal centimeters water kan.

In haar onderzoek bekeek Brinkman zeven wadi’s in de Deventerse Rivierenwijk. Ze keek daarbij ook naar de mogelijkheden voor recreatie, zoals een speel- en verblijfsfunctie. Brinkman: ‘Door een ruimte meerdere functies te geven wordt de ruimte effectiever benut. In de Rivierenwijk wonen relatief veel jonge gezinnen. Ik heb gekeken naar verschillende vormen van spelen, zoals een doolhof van verschillende plantensoorten en hinkelpaden met waterdoorlatende verharding.’

2. Gebruik alleen inheemse plantensoorten

In een aantal wadi’s in de Rivierenwijk was een zaadmengsel aangebracht. Daarvoor werd gekeken welke planten er inheems zijn in Deventer, maar niet naar de droogte- en nattebestendigheid. Brinkman: ‘Helaas bleken niet alle plantensoorten bestand tegen wisselende waterstanden en droogte, waardoor dit in de toekomst waarschijnlijk voor problemen zal zorgen als de wadi vol staat met water. Daarnaast wordt in de wadi’s veel gespeeld door kinderen uit de wijk. Iets wat in theorie wel kan, maar waarvoor de beplanting niet geschikt is.’

Beplanting moet aangepast worden aan de locatie. Om erachter te komen welke planten- en boomsoorten geschikt zijn, moet je kijken naar welke soorten inheems zijn in de regio (zie ook kader). ‘Inheemse soorten hebben een veel positiever effect op de biodiversiteit dan exoten. De keuze voor planten is daardoor regiogebonden. Daarnaast moet je kijken naar welke planten- en boomsoorten redelijk bestand zijn tegen wisselende waterstanden en droge periodes.’

Zo is het ontwerp van Brinkmans hand voorzien van beplanting die goed tegen droogte en nattigheid kan, zoals kleine lisdodde, grote wederik, harig wilgenroosje, moerasvergeet-mij-nietje, hertsmunt en beekpunge.

3. Geef planten de ruimte 

Een beplante wadi levert dus een bijdrage aan de biodiversiteit, en beplanting verhoogt de belevingswaarde. Tegelijkertijd zorgen deze planten voor verkoeling. Planten in een wadi hebben echter de ruimte nodig om te groeien.

4. Cluster planten

Naast ruimte geven aan planten is het ook belangrijk planten te clusteren. Door dit te doen wordt overwoekering van de ene plant door de ander voorkomen. Bij het beplanten van een wadi is overigens wel een kleine kanttekening bij te plaatsen. Een wadi beplanten met verschillende plantensoorten zorgt ervoor dat deze minder water kan bergen, omdat de planten een deel van de ruimte innemen. Daar staat tegenover dat de wortels van de planten meer water op kunnen nemen, zegt Brinkman. ‘Uit onderzoek van STOWA en Stichting RIONED blijkt dat het hierbij gaat om een zeer klein percentage van de bergingscapaciteit, dat amper opweegt tegen de positieve effecten die de plantensoorten hebben op de biodiversiteit.’

5. Gebruik zo min mogelijk verharding

Verharding kan functies toevoegen aan een wadi. Door te spelen met beplanting, waterdoorlatende stenen of halfverharding creëerde Brinkman in een ‘kale’ wadi een klein doolhof. Ook kan beplanting of halfverharding voorkomen dat bezoekers sommige delen van de wadi betreden. Het is echter belangrijk terughoudend te zijn in het gebruik van verharding, benadrukt Brinkman, zodat hemelwater kan infiltreren in de bodem.

6. Maak de functie visueel zichtbaar voor bewoners

In de Rivierenwijk gaven bewoners aan de wadi’s niet mooi te vinden en eigenlijk überhaupt niet te weten dat het wadi’s zijn en waarvoor ze dienen. Het zichtbaar maken van de functie zorgt ervoor dat mensen begrijpen waarvoor deze locatie dient. Op deze manier wordt de belevingswaarde verhoogd. ‘Bijvoorbeeld door het aanleggen van paden in de wadi en duidelijke afscheidingen met hoge en lage beplanting.’ Ook helpt het om informatieborden neer te zetten. ‘Daarop kan kort beschreven worden wat een wadi is en waarvoor hij dient. Een term die voor het werkveld vanzelfsprekend is kan voor andere burgers compleet nieuw zijn.’  

7. Creëer een overgangsruimte tussen de kavels en de wadi

Wadi’s liggen vaak vlakbij woningen. Er moet daarom genoeg overgangsruimte zijn tussen kavels en de wadi, zodat bewoners niet noodgedwongen door de wadi moeten om naar hun eindbestemming te kunnen; iets wat voor mensen die slecht ter been zijn al helemaal geen mogelijkheid is.

Flora en fauna in een wadi
De beplanting in een wadi moet zo goed mogelijk aansluiten bij de grondsoort en bijbehorende waterhuishouding. Op ‘inheemse’ beplanting kan vaak de meeste fauna leven, zegt Arda van Helsdingen, landschapsarchitect bij Bureau Waardenburg. ‘Inheemse bloemen zijn bijvoorbeeld toegankelijk voor insecten, terwijl bloemen van cultivars dat lang niet altijd zijn. Maar: door klimaatverandering verschuift de betekenis van ‘inheems'. Zuidelijker soorten gedijen hier soms ook al goed en fauna past zich hierop aan.’

Voor fauna is het waardevol wadi’s zo veel mogelijk met rust te laten. Dat betekent dat er niet in één keer gemaaid wordt, zoals met sommige vasteplantenborders gebeurt, en dat er altijd stukken met rust worden gelaten. Ook kruidenrijk gras is waardevol. Ook hier is gefaseerd beheer van belang. ‘Fauna kan zo “vluchten” naar overblijvende delen. Voor bijvoorbeeld amfibieën of kleine marterachtigen zijn rust- en schuilmogelijkheden van belang. “Slordige hoekjes” hebben dan een functie. Aan omwonenden moet worden uitgelegd waarom het beeld is zoals het is. Anders bestaat het risico dat zij het verdroogd of slordig vinden ogen.’

Omdat de wadi’s lager liggen kan er, zeker als ze beplant zijn, zwerfvuil in terechtkomen. Belangrijk is om dit regelmatig te verwijderen, benadrukt Van Helsdingen. ‘Een zonering kan net als in een geaccidenteerd terrein opgepakt worden om soorten die beter in natte omstandigheden passen op het laagste deel te zetten, en soorten die wat minder nattigheid nodig hebben hogerop. Wanneer je een wadi in zaait met een kruidenrijk mengsel komen in de vochtigere delen soorten op die het daar goed doen en in de drogere delen juist de bijpassende soorten voor die zone. De zonering met soorten ontstaat dan vanzelf. Ook voor betreding is zonering wenselijk. Voor de noodzakelijke rust voor soorten is het raadzaam zones te maken waar het niet aantrekkelijk is om doorheen te struinen, of waar geen voorzieningen zijn om dat te doen.’
Op de foto: wadi in Oosterhout, waarbij delen strak gemaaid zijn (door Jan Dirk Buizer, BuWa)

Vera Brinkman voerde het onderzoek uit in het kader van haar afstuderen aan de studie stedenbouwkundig ontwerpen aan de hogeschool Saxion. Haar onderzoek is gebaseerd op literatuurstudie en veldonderzoek. Haar afstudeerscriptie is als pdf-bestand te vinden via haar LinkedIn-profiel. Een uitgebreid artikel over het onderzoek verschijnt in vakblad Stedelijk Interieur 3, 2020.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen