Foto: NS

Worden kleine plaatsen slachtoffer van tienminutentrein?

Vanaf 2022 gaan er op de verbindingen tussen Nijmegen-Arnhem-Utrecht-Schiphol en tussen Schiphol-Leiden-Den Haag-Rotterdam om de 10 minuten intercity’s rijden. Wat betekent dit voor de plaatsen die geen ‘intercitystation’ hebben en het moeten doen met sprinters?

Sprinterreizigers die bijvoorbeeld naar of langs Tiel, Breukelen, Kesteren of Uitgeest moesten, kregen te maken met langere reis- en overstaptijd of duurdere tickets nadat de tienminutentrein tussen Amsterdam en Eindhoven werd ingevoerd in 2017. Door de nieuwe plannen kunnen ook reizigers op het traject Schiphol-Nijmegen last krijgen van langere overstaptijden, bijvoorbeeld op station Driebergen-Zeist. Op het traject Schiphol-Rotterdam valt de schade mee, vertelt een woordvoerder van reizigersorganisatie Rover.

Hij wil benadrukken dat Rover enorm blij is met de huidige plannen, maar dat er ook aan de sprinter gedacht moet worden. ‘Het is mooi dat staatssecretaris Stientje van Veldhoven ziet dat we door corona in een tijdelijke dip zitten die echt wel weer voorbijgaat. Sterker nog; de daling van het aantal reizigers creëert juist de ruimte om nu aan de slag te gaan met het spoor. Ik wil wel zeggen dat er ook aan de sprinters gedacht moet worden. Bepaalde plekken worden kind van de rekening, dus het is nu aan de politiek om die rekening te verkleinen. Het spoor tussen Utrecht en Arnhem moet bijvoorbeeld verbreed worden, zodat treinen 200 kilimoter per uur kunnen rijden én er op een ander spoor nog ruimte is voor de sprinter.’

Staatssecretaris Van Veldhoven: ‘Ondanks corona is doorbouwen aan de structurele versterking van ons spoor ontzettend belangrijk. De trein is en blijft voor veel mensen een basisvoorziening om op het werk, bij familie of op school te komen. Tienminutentreinen worden door de reizigers zeer goed gewaardeerd. We zorgen hiermee voor meer treinen op drukke stukken spoor, waar normaal gesproken elke dag honderdduizenden reizigers rijden. In grote delen van Nederland is het spoorboekje in 2022 met deze tienminutentreinen verleden tijd.’

De Haagse wethouder Robert van Asten is blij dat de overstaptijd met de trein naar Brussel met een aantal minuten is verkort en dat reizigers op hetzelfde perron kunnen overstappen om via Rotterdam de grens over te kunnen steken. ‘Dagelijks kunnen mensen dan gebruik maken van maar liefst 48 extra intercity’s om van en naar Den Haag te reizen. Het maakt dat de trein een nog aantrekkelijker alternatief voor de auto wordt. Ondertussen werken we verder aan de Haagse internationale ambities voor meer rechtstreekse internationale intercity's, zoals tussen Den Haag en Düsseldorf en Den Haag - Heerlen – Aken.’

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

De plannen die vandaag bekend zijn gemaakt passen bij het langetermijnplan Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Dat is een samenwerking tussen het Ministerie, vervoerders en Prorail. Voor 2030 is het plan dat er ook meer intercity’s gaan rijden tussen Breda en Eindhoven en in de richtingen van Lelystad en Alkmaar. 

Daarbij valt op dat het noorden van Nederland en Twente ondergeschoven kindjes zijn. Dit kan te maken hebben met hoeveelheid reizigers. Daarbij heeft Van Veldhoven laten weten te gaan kijken naar de Lelylijn, een verbinding door de Noordoostpolder en Friesland richting Groningen.

De woordvoerder van Rover: ‘Ik verwacht niet dat er straks bijvoorbeeld zes intercity’s van Amsterdam naar Groningen vertrekken. Al zijn er op verbindingen richting het noorden ook nog genoeg verbeteringen mogelijk.’

 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen