Foto: Pixabay

Preventief fouilleren: de afwegingen

De dood van de van de 24-jarige Bas van Wijk heeft de roep om preventief fouilleren in Amsterdam flink doen aanzwengelen. Burgemeester Femke Halsema heeft enkele beschuldigende vingers op zich gericht gekregen, omdat zij twee maanden geleden het plan om preventief te fouilleren op de lange baan heeft geschoven. Was dat verstandig of is preventief fouilleren een effectief middel?

Er moet benadrukt worden dat het allerminst zeker is dat preventief fouilleren de gewelddadige dood van Van Wijk had voorkomen. Hij werd op een stadsstrand in de hoofdstad doodgeschoten, nadat hij iemand zou hebben aangesproken op het stelen van een horloge. Toch horen we uit bijvoorbeeld Rotterdam geluiden dat er dankzij preventief fouilleren wapens in beslag worden genomen. Onder het mom van ‘baat het niet schaadt het niet’ zou dit beleid misschien ook wel in Amsterdam kunnen werken.

Enkele leden van de Amsterdamse gemeenteraad zijn van mening dat het middel juist wel kan schaden. Preventief fouilleren kan etnisch profileren in de hand werken. Na de discussie rondom de dood van George Floyd (mei van dit jaar) in de Verenigde Staten heeft de burgemeester gezegd dat ze eerst met gemeente, politie en inwoners wil overleggen voordat ze het middel gaat inzetten.

Een maand daarvoor schreef de Halsema nog een brief waarin stond dat de politie weer preventieve fouilleeracties mag ondernemen. Op aandringen van onder meer politiechef Frank Paauw, die eerder in Rotterdam werkzaam was. Halsema is zelf dus niet pertinent tegen preventief fouilleren. Grootschalige acties zit ze niet zitten. De politiecapaciteit speelt hierbij ook een rol. Met de recente geweldsincidenten in de hoofdstad, maar ook in andere steden in het achterhoofd maken we de balans op.

Wat houdt preventief fouilleren in?

Preventief fouilleren is fouilleren zonder dat er een verdenking tegen de persoon in kwestie bestaat. Voor 2002 bestond er alleen op vliegvelden de mogelijkheid om preventief te fouilleren. Het is geen vrijbrief voor de politie om mensen er zomaar uit te pikken. De politie mag alleen preventief fouilleren in de daarvoor aangewezen veiligheidsrisicogebieden. Dit zijn gebieden met een hoog aantal wapenincidenten en/of een ernstige mate van (vuur)wapengebruik. In deze gebieden geldt ook een messenverbod.

De politie mag alleen preventief fouilleren in de daarvoor aangewezen veiligheidsrisicogebieden

Om bijvoorbeeld kleding, voertuigen en verpakkingen te mogen controleren is eerst toestemming van de officier van justitie nodig. Daarvoor dient de politie eerst gegevens over te dragen over relevante ontwikkelingen en incidenten in een bepaald gebied. Als de officier van justitie toestemming geeft, dan krijgt de politie te horen op welke tijden en op basis van welke feiten de agenten mogen controleren. 

Er bestaan grofweg twee vormen van preventief fouilleren. A-select, waarbij bijvoorbeeld elke vijfde auto wordt gecontroleerd. De politie kan ook gericht controleren op basis van formele selectiecriteria. Mogelijke uitgangspunten zijn: leeftijd, sekse of bestemming. De eerste methode heeft volgens een politie-onderzoek uit 2011 de voorkeur. Daarin staat echter ook dat dit niet altijd lukt of de meest effectieve methode is.

De mate van succes lijkt zich moeilijk te laten meten in statistieken. Ten eerste doordat bijvoorbeeld het aantal in beslag genomen wapens niets zegt over het totale aantal wapens dat in omloop is. Ook is het psychologische effect ‘veiligheidsgevoel’ niet uit te drukken in cijfers. Als inwoners van een bepaald gebied zich veilig voelen door fouilleeracties van de politie, dan hoeft dat niet iets te zeggen over de daadwerkelijke veiligheid in een gebied. Ook moeten de kosten van de politie-inzet in ogenschouw worden genomen. 

Ten tweede laat succes zich moeilijk meten door een gebrek aan landelijke en recente cijfers. Het CBS heeft bijvoorbeeld geen cijfers. Ook worden niet alle gegevens over fouilleeracties zorgvuldig geregistreerd. Een schroevendraaier voor huishoudelijk gebruik wordt in sommige gevallen geregistreerd als steekwapen. Desondanks zijn er onderzoeken en zijn er gemeenten met cijfers. Op basis hiervan worden wel conclusies getrokken. 

Zo gaf de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, in 2014 aan dat preventief fouilleren een belangrijk instrument blijft om wapengerelateerd geweld verder te beteugelen. ‘Door preventief fouilleren gerichter in te zetten kunnen we nog steeds veel wapens van straat halen en hoeven we daarvoor minder Rotterdammers te fouilleren.’

Eerder dit jaar schreef Het Parool een artikel met als kop: ‘Uit onderzoek blijkt: preventief fouilleren heeft weinig nut’. De krant baseerde zich op cijfers van een onderzoek van de politie waaruit bleek dat gemiddeld worden 25 wapens worden gevonden, voornamelijk messen, per 1000 gefouilleerden, wat in 12 gevallen tot een aanhouding leidt. De krant concludeert dat dit gebrek aan effectiviteit ervoor zorgt dat preventief fouilleren in steeds minder gemeenten voorkomt. De gemeente Amsterdam is in 2014 gestopt met preventief fouilleren, omdat het te weinig opleverde. 

Inbreuk op grondrechten

Daarnaast publiceerde mensenrechtenorganisatie Amnesty International in 2013 een rapport waarin stond dat preventief fouilleren een inbreuk is op een aantal grondrechten. ‘Met name het recht op lichamelijke integriteit en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer – zoals vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een dergelijke beperking van de grondrechten van burgers vraagt een grondige toetsing van de effectiviteit, proportionaliteit en de noodzakelijkheid van de inzet van preventief fouilleren.’ Politiechef Frank Paauw heeft meerdere malen gezegd dat het middel preventief fouilleren doorontwikkeld moet worden. Hierdoor hoeft van etnisch profileren helemaal geen sprake te zijn. 

Het draagvlak onder burgers voor etnisch profileren in gemeenten waar het is toegepast is ronduit groot, staat in het eerder aangehaalde politierapport van 2011. ‘Burgers waarderen het ook dat de politie door preventief fouilleren zichtbaar aanwezig is en een elementaire norm stelt: geen wapens op zak.’ Daarbij moet opgemerkt worden dat het nu 2020 is en inwoners van Nederland over een aantal zaken anders kunnen zijn gaan denken. Ondanks social media-hashtags als #ACAB (vrij vertaald: alle politieagenten zijn klootzakken) is de reputatie van de politie tussen 2015 en 2018 beter geworden, staat in een rapport van het Reputation Institute.

Dat de driehoek (politiechef, burgemeester en officier van justitie) voor uitdagingen staan blijkt uit het groeiende aantal slachtoffers door vuurwapengeweld of steekincidenten in Nederland, zoals staat vermeld op de site van de politie. Ook gebruiken criminelen steeds vaker wapens bij overvallen, straatroven en bedreigingen. 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen