Foto: Kelly Kuenen

Eindrapportage instrumentarium stikstofdepositie

Commissie: stikstof-rekentool creëert ‘schijnveiligheid’

Het meet- en modelinstrumentarium waarmee we in Nederland stikstofdepositie berekenen is geschikt, maar vraagt om verbeteringen. Zo luidt de conclusie van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof (ook wel ‘commissie Hordijk’) Meer meten, robuuster rekenen dat maandag gepresenteerd werd. Vooral aan de AERIUS-tool moet gesleuteld worden.

Sinds de Raad van State een streep in mei 2019 zette door het PAS is er veel te doen rond de AERIUS-tool, die gebruikt wordt om te berekenen welke depositie een project veroorzaakt en op welke natuurgebieden die depositie neerslaat. Sinds 16 september 2019 kan er gewerkt worden met een vernieuwde variant. Die is in principe geschikt als instrument voor het verlenen van vergunningen en het onderbouwen van beleid, maar kan beter, stelt de commissie Hordijk nu.

Beoordelingsdrempel en rekensystemen

Allereerst zou een ‘schijnzekerheid’ ontstaan doordat een zeer lage beoordelingsdrempel wordt gebruikt. ‘Omdat het technisch gezien mogelijk is in groot detail te rekenen, wordt dit in het beleidsinstrument toegepast zonder een goede afweging of de berekening de werkelijkheid weergeeft en het bijdraagt aan de totale kwaliteit van de berekening’, aldus het rapport.

Daarnaast wordt bij verschillende vergunningsverleningsectoren een ander rekensysteem gebruikt (SRM-2 en OPS). Bij de ene sector wordt alleen de stikstofdepositie binnen een straal van enkele kilometers berekend, bij een ander is geen sprake van een dergelijke grens. Voor het berekenen van de depositieberekeningen in landbouw, verkeer en industrie moeten volgens de commissie dezelfde modellen gebruikt worden. Het college adviseert een aanpassing in het rekensysteem en de wetenschappelijke meet- en rekenmethodiek te verbeteren. Dit laatste zou met name een aanpassing op de langere termijn zijn. 

'Het advies van Hordijk zorgt voor nog verdere concretisering van de rekenmodellen'

Andere aanbevelingen luiden de grondwaarnemingen aan te vullen met satellietmetingen van ammoniak en stikstofdioxiden en het uitbreiden van het meetnet. Volgens Henk van Ziel, senior projectmanager stikstof en wetgeving bij adviesbureau Bureau Waardenburg, heeft de commissie daarmee geluisterd naar eerdere verzoeken de metingen verder te concretiseren. ‘Voorheen werden depositiemetingen vooral met modellen gedaan. De laatste jaren vonden al reële metingen plaats die werden verwerkt in het model, bijvoorbeeld met meetstations. Met deze gegevens kan dan ook getoetst worden of het model klopt. Het advies van Hordijk zorgt voor nog verdere concretisering.’

Commissie Remkes

Het Hordijk-rapport verschijnt een week na het rapport Niet alles kan overal, het eindadvies van de commissie Remkes in de stikstofkwestie, waar ook kritiek in doorklonk. Want hoewel het kabinet laat zien dat zij de problematiek serieus neemt, laat zij ook kansen liggen, concludeert de commissie. De doelstelling voor 2030 zou moeten zijn om de binnenlandse uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak met 50 procent terug te brengen ten opzichte van 2019. Het tweede doel is om tegen 2040 een zodanige reductie te hebben bewerkstelligd dat Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarden (KDW) gedaald zijn.

Lees hier meer over de bevindingen van de commissie Remkes: Commissie over stikstofaanpak: ‘Belangrijkste problemen niet opgelost’ 

Een goed advies van de commissie om de doelstelling te verhogen, vindt Van Ziel. Want de maatregelen die nu zijn genomen, zijn nog niet genoeg om vergunningverlening substantieel te verbeteren. ‘Dat wil zeggen dat de reductie nog niet opweegt tegen de aanvragen voor nieuwe stikstofuitstoot. Zo komt bijvoorbeeld de energietransitie niet of slechts traag van de grond, omdat windmolens en zonneparken bij de aanleg ook gebouwd en aangevoerd moeten worden en daarbij stikstof vrijkomt. De wetgeving zit helaas zo in elkaar dat je de bouwfase niet mag wegstrepen tegen de reductie van fossiele brandstoffen daarna, vooral omdat die niet op dezelfde plaats gebeurt.’

'Helaas mag je de bouwfase niet wegstrepen tegen de reductie van fossiele brandstoffen daarna'

Van Ziel zou graag zien dat er ook bronmaatregelen getroffen worden, waarbij ook de uitstoot in de landbouw niet buiten schot kan blijven. ‘De rest gebeurt grotendeels via de energietransitie: als we geen verbrandingsmotoren meer hebben, hebben we ook (bijna) geen stikstofuitstoot in de vorm van NOx meer (stikstofoxiden, red.).’

In de persconferentie vertelde Remkes dat de voorgestelde structurele aanpak overeenkomsten vertoont met het PAS. ‘Zo lijkt ook hier sprake te zijn van zoeken naar rek en ruimte, om op basis van de wet Natuurbescherming zo snel mogelijk toestemming te kunnen verlenen aan activiteiten die het stikstofprobleem niet verder vergroten. Maar daarmee worden de belangrijkste problemen niet opgelost.’ Van Ziel vermoedt dat de commissie het huidige beleid op het PAS vindt lijken doordat het dezelfde elementen heeft en een echt structurele oplossing ontbreekt. Ook lijkt de urgentie de laatste tijd tanende, zegt hij.

Reactie na de zomer

Bij inontvangstneming van het rapport van commissie Remkes zei Carola Schouten het belang van de juridische houdbaarheid en borging te erkennen. Zowel de natuurkant, de ruimtelijke inpassing ervan als de verlaging van de stikstof moeten worden aangepakt. ‘Dat is niet of, of, of, maar allemaal en, en, en’, aldus de minister. Het rapport Meer meten, robuuster rekenen biedt volgens Schouten goede aanknopingspunten ‘om de systematiek van meten en berekenen en bijbehorend instrumentarium verder door te ontwikkelen’, zo zegt ze in een brief aan de kamer. Het kabinet komt na de zomer met een reactie op de aanbevelingen.  

Meer lezen over stikstof? Neem een kijkje in dit dossier.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen

Het Nederlandse bodembeleid heeft een stevigere aanpak nodig. Dat zegt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) maandag in het rapport De bodem bereikt. Het landelijk gebied moet meerdere functies vervullen en het Rijk moet zorgen dat zoveel mogelijk gestuurd wordt op meervoudig gebruik, uitgaande van het principe ‘functie volgt bodem’. >>