Foto: Pixabay

Het zit anders!

Kenniswoestijn belemmert nationaal omgevingsbeleid 

Met de uitgebreide brief aan het parlement komt de NOVI na vijf jaar ploeteren en klooien eindelijk op het niveau waar die thuishoort: stevige inhoudelijke ambities en een regierol voor de rijksoverheid. Zwak blijven de financieel-economische invalshoek en het ontbreken van een uitvoeringsagenda met investeringsprogramma. Het valt op dat de minister van Financiën niet behoort tot de groep van acht bewindspersonen die de brief hebben ondertekend.

Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft, schrijft maandelijks een column in ROm. Deze staat in ROm 7, juni 2020.

Het succes van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), en de uitvoering daarvan, hangt af van de invulling van verschillende randvoorwaarden. Een daarvan is de beschikbaarheid van voldoende kennis op de terreinen van ruimtelijke economie en bovenregionaal ontwerp bij het eerstverantwoordelijke ministerie en dat is op dit moment Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Die kennis ontbreekt nu grotendeels.

PBL is van weinig betekenis bij sturing op ruimtelijke vraagstukken

Het manco komt voort uit een onzalig besluit uit 2002. Onder druk van de Tweede Kamer werd toen de Rijksplanologische Dienst ontmanteld. Iedereen die zich met onderzoek en studie bezighield, verhuisde naar het Ruimtelijk Planbureau, inmiddels opgegaan in het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Men wilde onderzoek onafhankelijk van de politiek positioneren. Vergelijk het met het Centraal Planbureau. Deze ‘zuivere scheiding’ tussen beleid en onderzoek heeft geresulteerd in gefragmenteerde onderzoeksrapportages die nauwelijks betekenis voor het beleid hadden. De focus van het PBL ligt hoofdzakelijk op duurzaamheidsvragen. Begrijpelijk, want vooral daarover komen de vragen vanuit de politieke arena. En Otto Raspe, expert op gebied van ruimtelijke economie, vertrok vorig jaar naar de Rabobank.

Het College van Rijksadviseurs dan, onder leidding van rijksbouwmeester Floris van Alkemade. Is dat college met zijn ‘atelier’ niet in staat om te voorzien in de kennislacune? Het antwoord luidt volmondig: neen. De vijfjarige zittingsperiode van de rijksbouwmeester loopt af. Die heeft niets anders gebracht dan analyses die uitmondden in ‘stoppen met nieuwbouw’, organiseren van vrijblijvende prijsvraagjes, een ondeugdelijke MKBA voor de stedelijke ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam en een ‘Panorama Nederland’ zonder financieel-economische onderbouwing. De lijst van missers is lang. Alleen enkele adviezen van landschapsexpert Berno Strootman zetten zoden aan de dijk.   

Hoe kunnen we een eind maken aan de kennislacune?

1. Herstel de Rijksplanologische Dienst in ere. Uiteraard onder een andere naam, met een bredere taakstelling: het nationaal omgevingsbeleid. Laat de nieuwe dienst – met twintig goeie mensen kom je een heel eind – voor meerdere departementen werken. Dat helpt in de strijd tegen de verkokering.
2. Beperk de taak van het PBL tot onderzoek naar duurzaamheids- en klimaatvraagstukken.
3. Beperk de taak van de Rijksbouwmeester tot de oorspronkelijke functie van 1806: ‘leidinggevend ontwerper van rijksgebouwen’. Dat is al uitdagend genoeg, zie de renovatie van het Binnenhof!

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen