Foto: Hans Ravensbergen, Pixabay

De eerste stappen zijn gezet

Zo pakken gemeenten lokale transformatie aan

Diverse gemeenten werken aan het tegengaan van winkelleegstand en het compacter en diverser maken van winkelgebieden. Onlangs publiceerde Stadszaken een artikel over het Reviewteam Lokale Transformatie, dat in kaart bracht hoe gemeenten lokale transformatie aanpakken en waar zij tegenaan lopen. Hiervoor werd onder meer met inbreng van Cees-Jan Pen (lector aan de Fontys Hogescholen, lectoraat De Ondernemende Regio) een enquête uitgezet onder 158 RetailDeal-gemeenten. We vragen Pen naar de eerste resultaten.

Wat is het belangrijkste (eerste) beeld dat de enquête schetst?

‘We kunnen zien dat er een positieve cultuuromslag gaande is. Het idee dat winkelcentra moeten groeien en winkels de manier zijn om plannen dicht te rekenen, is nu wel voorbij. Gemeenten werken massaal aan compactere, vitale centra. Er wordt van alles in gang gezet - visies, kaders - en partijen werken samen - al is het nog wel erg operationeel. Gemeenten met een hoge Retail Risk Index (deze tool van Locatus brengt het risicoprofiel van winkels en winkelgebieden in kaart, red.) gaan ook echt aan de slag op de plekken waar een hoog risico geldt.'

‘De komende jaren is de test case voor de echte verandering’

'Samengevat kun je zeggen dat het voorbereidend werk redelijk gedaan is en men weet hoe de centra ervoor staan. Zaak is nu door te pakken en te werken aan uitvoering, financiering, sanering en meer ingrijpende maatregelen. Op dit vlak staan we pas aan de vooravond van de daadwerkelijke transitie van centra. Er liggen nog te weinig concrete ingrijpende actieplannen met dito financiering. De komende jaren is de test case voor de echte verandering.’

Voor wat voor soort aanpak of invulling kiezen gemeenten bij lokale transformatie?

‘Hoewel we de cijfers nog in meer detail gaan analyseren, lijkt er geen sprake te zijn van hele grote verschillen tussen gemeenten. Wel zie je dat stedelijke gemeenten vaker een transformatieopgave hebben benoemd en beschikken over een detailhandel- en binnenstadsvisie. Gemeenten hebben veel voorbereidingen getroffen, er zijn actuele visies en ze hebben in kaart gebracht hoe de leegstand ervoor staat. De binnenstadvisies zijn vaak inspirerend en bieden een wenkend perspectief. De retailvisies zijn nogal conserverend. Men is zich ervan bewust dat dat de tijd van place to buy voorbij is en centra zich moeten ontwikkelen tot place to be en place to meet and live. Gemeenten met een binnenstadvisie laten vaker een afname in winkelvloeroppervlakte van centrale en ondersteunende winkelgebieden zien. Kortom: het huiswerk is redelijk goed gedaan. De vraag is nu: hoe gaan gemeenten doorpakken en hoe wordt dit privaat-publiek gefinancierd.’

26 procent van de gemeenten geeft aan géén detailhandelsvisie te hebben. Dat is best veel.

‘Dat klopt. Dat is niet handig en ook wel een beetje gek, dat je als RetailDeal-gemeente geen visie hebt. Een deel van het huiswerk is ondanks de staat van menig centrum dus nog niet op orde. Ik vermoed dat dit met een gebrek aan capaciteit te maken heeft – of wellicht een lichte politieke argwaan tegen te veel visies en ingrijpend in overaanbod winkels?’

Een groot deel van de gemeenten ziet zichzelf in een faciliterende rol. Hoe denkt u daar over?

‘Daar ga je er dus niet mee komen. Je moet ook organiseren en financieren als je de transitie in gang wilt gaan zetten.’

U zegt: de vraag is nu hoe gemeenten gaan doorpakken. Hoe zou dat moeten gebeuren?

‘Willen we meer en op grotere schaal transformeren, dan is het allereerst aan de gemeenten een extra stap te zetten en de detailhandel- en binnenstadsvisie te vertalen naar de praktische uitvoering in transformatieprojecten. Als gemeente moet je keuzes maken, bijvoorbeeld over de transformatie van panden. Als je in een straat geen retail meer wilt, wat komt daar voor in de plaats?’

Waar lopen gemeenten concreet tegenaan?

‘Gemeenten lopen niet tegen één ding aan, maar tegen meerdere zaken. Veel is terug te brengen op de thema’s actie, uitvoering en financiering. Een belangrijke rol is weggelegd voor de rol van vastgoedeigenaren. Gemeenten worstelen hier erg mee. Terwijl actieve vastgoedeigenaren cruciaal zijn voor de sanering en transformatie. Ook een tekort aan mankracht en financiële middelen speelt een grote rol. Maar wie mede door de RetailDeals A zegt, moet ook B zeggen. Als je weer een kloppend hart wilt, moet je keuzes maken en ook de buidel trekken.’

Zijn er nog andere interessante dingen aan het licht gekomen?

‘Wat ik echt zorgelijk vind, is de relatief bescheiden regionale blik van gemeenten. Er is weinig aandacht en erkenning voor het grote belang van regionale afstemming. Gemeenten sturen ter informatie visies naar elkaar op, maar van echte afstemming en aanpak van overaanbod en overcapaciteit lijkt geen sprake. Met alleen het informeren van je buren bereik je niets; het is te vrijblijvend. Het voorkomen van overcapaciteit gebeurt daarmee veel te weinig. Dat vind ik zorgelijk, want we moeten juist naar minder overcapaciteit en aanbod. Wat je daarnaast ziet, is dat gemeenten de neiging hebben te denken in retailoplossingen. Oplossingen worden in het winkelsegment gezocht en samengewerkt wordt vooral met de stakeholders op de winkelmarkt. Dit, terwijl het in binnensteden steeds meer om andere functies dan retail gaat. Er wordt relatief weinig gebruikgemaakt van overleg tussen bijvoorbeeld woningcorporaties, culturele partijen of de zorg.’

'Gemeenten denken in retailoplossingen, terwijl het steeds meer om andere functies dan retail gaat'

‘Als derde wil ik benoemen dat de harde en zachte plancapaciteit een punt van aandacht is. Als het aantal meters winkel omlaag moet en er is nog plancapaciteit, dan moet je dat aanpakken. Op deze manier is het dweilen met de kraan open. Gemeenten hebben daar onvoldoende zicht op. Ik denk dat je kunt zeggen dat dit komt door te weinig capaciteit.’

Nog genoeg werk aan de winkel, dus.

‘Ja, maar het glas is niet half leeg. Cultuur- en gedragsverandering kosten jaren en het voorbereidend huiswerk is gedaan om ingrijpende keuzes te maken. Je kunt zien dat de Retailagenda een bewustzijn in gang heeft gezet. Er heerst een gevoel van urgentie. Dat het in gang is gezet is hartstikke goed. Nu moeten we actie ondernemen. Gemeenten zijn aan zet! De komende tijd gaan we hen helpen met deze transitie en leren van doorbraken - al zal er nadrukkelijk politieke ruimte moeten zijn voor ‘learning by doing’.

Retailagenda: geleerde lessen
Een bijeenkomst op 9 maart markeerde de aftrap voor de vierjarige verlenging van de Retailagenda. Het initiatief werd in 2015 opgestart met het doel winkelgebieden toekomstbestendig te maken (en houden). Ter gelegenheid hiervan werd bovenstaand artikel, samen met diverse andere bevindingen uit de afgelopen jaren, gepubliceerd in de Retailgids 2020. Zoals Cees-Jan Pen aangeeft worden de resultaten van de enquête nog in meer detail geanalyseerd. De bevindingen worden onder meer gepubliceerd op www.retailland.nl

Het artikel waar in de intro aan wordt gerefereerd, vindt u via deze link
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen