Foto: marco.broekman en OKRA

Griezelen bij beelden van de gezonde wijk

Er was recent op sociale media commotie over borden met idealen voor de leefbare wijk die de provincie Utrecht neer had laten zetten in de hal van het provinciegebouw. Want wie moet eigenlijk gaan over de invulling van wat gezond en leefbaar is?

Dit artikel van Frans Soeterbroek verscheen eerder op De Ruimtemaker.

De provincie had die idealen door een adviesbureau laten maken om de discussie over de wijk van de toekomst uit te lokken. Vooral de tekst op het bord ‘gezonde wijk’ riep nogal wat weerstand op. Het idee over het vergaren van punten voor je gezonde en duurzame gedrag waarmee je als bewoners gunsten verwerft, riep associaties op met een totalitaire overheid. Dat het op de borden wemelde van de buurtbeveiligers, coaches en buurtconciërges en er in één van de scenario’s het feest werd gevierd van de datagedreven ‘smart city’ versterkte het beeld van Big Brother is Watching You.

Wat me vooral opviel dat op sociale media nogal wat politici uit de Utrechtse gemeenteraad hiervan griezelden, terwijl ik dit soort teksten juist in de plannen van deze stad tegenkom. Sinds Utrecht zichzelf het predicaat ‘healty urban living’ heeft opgespeld staan de plannen vol met ideeën die hier bepaald niet ver vanaf staan.

Zelfregie als basis voor de gezonde stad

Aanvankelijk had ik nog de hoop dat er in de stadsontwikkeling op de golf van dit concept een andere wind zou gaan waaien. In 2015 en 2016 organiseerde de gemeente Utrecht in het kader van de Internationale Architectuurbiënnale in Rotterdam (IABR), het atelier gezonde stad. Daarin werd voortgeborduurd op het populaire concept van positieve gezondheid van gezondheidswetenschapper Machteld Huber. Zij definieert gezondheid als het vermogen je aan te passen aan, en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In deze actieve definitie van gezondheid gaat het onder meer om zelfbeschikking, sociale relaties, mentale gezondheid en zingeving.

Op basis van een studie in de Merwedekanaalzone en in Overvecht werd de conclusie getrokken dat de gangbare manier van stadsontwikkeling te weinig gericht is om het benutten en faciliteren van die zelfregie en ook te weinig op het binden van publieke organisaties en markt aan maatschappelijke waarden. Het eindverslag van het atelier leest als een pamflet tegen de gangbare cultuur van stadsontwikkeling: ‘Onder de vlag van gezondheid kan stadsontwikkeling weer worden ingezet om maatschappelijke doelstellingen te realiseren…. Volgens ons begint de gezonde stad juist met het beter benutten van het ruimtelijke, sociaal en financieel kapitaal van de bestaande stad; van cure naar care. Daar organiseren mensen spontaan het nieuwe samenleven en stellen ze zich teweer tegen verdorring en vereenzaming. Een gemeente die gezonde verstedelijking hoog in het vaandel draagt, moet zulke kwetsbare initiatieven koesteren. Anders dreigt het huidige strakke keurslijf van administratieve procedures en marktconforme huren het aanwezige vermogen juist weg te drukken……Te vaak krijgen ontwikkelende partijen nog de ruimte om met makkelijke oplossingen te komen die vooral gericht zijn op snelle afzet en winstmaximalisatie tegen een zo laag mogelijk risico.’

De jaren daarna heb ik heel weinig gemerkt van deze benadering in de gemeentelijke stadsontwikkeling. Juist in die twee gebieden (Merwede Kanaalzone en Overvecht) is een aanpak gekozen die erop gericht is de markt aan zet te laten zijn en de regie niet bij bewoners te leggen.

Werken aan een ‘gezonde mix van mensen’

In Merwedekanaalzone worden de plannen gemaakt door de gemeente met een consortium van grondeigenaren en dat leidt ertoe dat de gezonde wijk op een zeer beheersmatige en commerciële wijze wordt ingevuld. De omgevingsvisie voor het gebied staat bol met termen als gezond gedrag, gezonde mix van mensen (??) en gezonde leefstijl als de idealen waarop deze wijk moet rusten. Lees in deze stedenbouwkundige visie paragraaf 3.4 over gezond stedelijk leven met fenomenen als de gebiedsportier en ‘het Merwedelab’ gericht op mentale gezondheid en je beseft dat die provinciale dromen waar iedereen over valt gewoon zijn gebaseerd op visies en plannen voor de stad Utrecht. En er komt ook nog eens een private gebiedsorganisatie die het dagelijks leven van de bewoners in de wijk gaat reguleren en zich werpt op ‘branding en placemaking van het nieuwe stadsleven’.

Over die gezonde mix van leefstijlen wordt ook nagedacht in ‘de werkplaats Overvecht’ waar (met grote instemming van de gemeente) projectontwikkelaars en adviesbureaus de strategie voor de wijk van de toekomst maken. Hier het zogeheten gebiedsprofiel waarin (zie de schema’s op pagina 16 en 33 ) de ideale mix van bewoners wordt bepaald op basis van leefstijlen. De ontwikkelaars gaan ervoor zorgen dat er een meer ‘ontspannen publiek’ in de wijk komt wonen.

Een voorbeeld dat in het verband van de gezonde stad niet mag ontbreken is het plan voor de Cartesiusdriehoek, dat anderhalf jaar gelden werd gepresenteerd. De betrokken partijen brachten deze tekst naar buiten met de kop: ‘winnend plan voor Cartesiusdriehoek laat mensen langer en gezonder leven’. Ik hoorde zelfs op de radio door iemand zeggen dat mensen in dit plan 5 jaar langer zouden leven dan in ‘gewone’ wijken. Het plan pretendeert een ‘urban blue zone’ te maken, geïnspireerd op de vijf zogeheten blauwe zones op aarde waar de oudste mensen op aarde leven. De Utrechtse wijk wordt gebouwd gebruik makend van de negen principes die ene Dan Buettner heeft geïdentificeerd als gemene deler van die blue zones zo lees ik in het persbericht. Ik heb ze even opgezocht die principes. Houd u vast: veel wandelen, doelen stellen waar je in de morgen voor op wilt staan, op tijd rust nemen, je aansluiten bij een kerk of mediteren, weinig vlees en alcohol, je sociale en familienetwerk koesteren en onder de mensen komen. Nu ga ik er toch maar van uit dat de projectontwikkelaar en de gemeente niet in al deze levenssferen van mensen gaan ingrijpen en dit gewoon heel brutale marketing is. Maar de onbeschaamdheid waarmee de projectontwikkelaar dit presenteert en er ook nog de competitie mee wint, geeft wel aan hoe de wind in deze stad waait en waarmee je bij de gemeente punten kunt scoren.

Social engineering door marktpartijen als norm voor de gezonde wijk

Wanneer we naar deze drie voorbeelden kijken, vallen een aantal dingen op. Allereerst dat we in een nieuwe fase van ‘social engineering’ zijn beland waarbij de overheid in nauwe samenspraak met marktpartijen en professionals niet alleen diep in de levens van mensen wil ingrijpen (‘de gezonde leefstijl’) maar zich ook tot doel stelt om mensen te gaan mixen op grond van hun leefstijlen.  Mijn stelling is dat het een gevaarlijke ontwikkeling is om hieraan te gaan sleutelen zonder betrokkenen zelf regie over die keuzes te geven. Het is volstrekt in strijd met het hele idee van positieve gezondheid.

Wat helemaal verontrustend is, is dat de gemeente deze vorm van sociaal engineering aan projectontwikkelaars en de hen ondersteunende adviesbureaus uitbesteedt. Kijk nog maar eens goed naar bovengenoemde voorbeelden. Werken aan een gezonde wijk, gedragsbeïnvloeding, mengen op basis van leefstijlen, datamonopolies, gebiedsmarketing, verdienmodellen en privatisering van de publieke ruimte lopen op een griezelige manier in elkaar over. Ik vind het persoonlijk een enger idee dat de markt mag bepalen hoe het gezonde leven eruit en hoe we mensen in wijken mixen ziet dan dat de overheid dat doet. En dat is dus op dit moment echt aan het doorslaan zeker op de golf van het nieuwe woonbeleid van de gemeente.

Bewoners als ontbrekende schakel in het sturen van de gezonde wijk

Een belangrijke reden voor het ontbreken van zelfregie in de aanpak van de gezonde wijk is dat er niet op wordt gestuurd om buurt- en wijkbewoners nog enige zeggenschap over hun (gezonde) wijk te geven. Die derde poot naast markt en overheid is heel slecht ontwikkeld in Utrecht, en overigens ook in veel andere steden. De gemeente heeft recent nog de wijkraden afgeschaft waar voorlopig niets krachtigs voor terugkomt. Bewoners zijn veroordeeld tot het vrijblijvend meepraten over de plannen van overheid en markt. Ik durf er gif op in te nemen dat als je bewoners daar wel een mede-regierol op geeft de wijk van de toekomst een meer nuchtere en menswaardige invulling zal krijgen dat wat er in al die zielloze marketingteksten staat die nu voor veel geld geproduceerd worden.

Laat ik in dit verband nog eens een lans breken voor de provincie. Waar de gemeente Utrecht de gezonde wijk uitbesteedt aan de markt zijn de provinciale vergezichten nog deels gebaseerd op het idee dat bewoners zelf greep op hun eigen leefomgeving hebben. Waar in de ideaalbeelden van de wijk van de toekomst bij de provincie de bewoners samenwerken in gebiedscoöperaties en zelf de baas zijn over de buurtbeveiligers en de buurtconciërges, is in het concrete plan voor de Merwedekanaalszone de markt leidend en komt er een gebiedsonderneming gestuurd door de eigenaren. Ik weet wel waar mijn voorkeur ligt.

Ik ben de provincie eigenlijk dankbaar dat ze met deze uitvergroting van de realiteit politici wakker hebben geschud. Ze kijken hier gewoon in een lachspiegel waarin ze hun eigen keuzes zien gereflecteerd in iets wat ineens absurd en grotesk lijkt. En dat is winst.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen