Foto: Kleuske

RO-rel: zijn gemeenten klaar voor decentralisatie?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft een kritisch rapport over het RO-beleid in Nederland tegengehouden, meldde NRC zondag. Gemeenten zouden niet klaar zijn voor decentralisering van bijvoorbeeld veiligheidstaken. Wat zegt dit over ruimtelijke ordening in ons land en zijn er implicaties voor het steeds meer lokaal beleggen van verantwoordelijkheden?

In het artikel van de krant staat dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op basis van zes jaar onderzoek concludeert dat ruimtelijke belangen vaak ‘in de knel’ komen door decentralisatie van de ruimtelijke ordening.  Zo zijn verscheidene bestemmingsplannen onderzocht waaruit blijkt dat er huizen kunnen worden gebouwd bij bijvoorbeeld vuurwerkopslaglocaties en buizen waar gevaarlijke stoffen doorheen gaan, terwijl dit volgens de landelijke regels niet de bedoeling is.

Anita Nijboer, advocaat gespecialiseerd in omgevingsrecht, bij Kennedy Van der Laan noemt het onder het tapijt schuiven van dit rapport zeer onwenselijk, ook omdat dit het oplossen van de gesignaleerde problemen belemmert. ‘Los daarvan is nog maar de vraag of decentralisatie het grootste probleem is, zoals in het artikel geschetst wordt.’

‘Van oudsher ligt het primaat van het vaststellen van bestemmingsplannen bij gemeenten. Dit is ook een logische taakverdeling. Daar waar het gaat om belangen die ook op provinciaal niveau of landelijk niveau belegd zijn, kent de wet een controlemechanisme. Provincie en Rijk hebben verschillende wettelijke middelen om fouten of ongewenste ontwikkelingen in een bestemmingsplan tegen te gaan. Te denken valt aan een aanwijzing of het zelf vaststellen van een plan.  Voor de provinciale belangen werkt dit prima. Probeer maar eens als gemeente een kledingwinkel in de periferie te plannen. Dat gaat niet lukken omdat de provincie dan hard ingrijpt wegens strijd met de provinciale verordening’, vervolgt Nijboer.

De advocaat vermoedt dat het controlemechanisme bij het Rijk niet zo goed functioneert. ‘De kennis op het vlak van het controleren van bestemmingsplannen dient niet alleen bij gemeenten te worden verbeterd, maar ook bij het Rijk.’

Tycho Lam, die als advocaat van Hekkelman ruimtelijke procedures begeleidt, ziet gemeenten worstelen met de steeds complexer wordende Rijksregels voor de ruimtelijke ordening. 'Het is een hele opgave een bestemmingsplan te maken dat aan alle geldende regels voldoet. Een zeker zo groot probleem is dat de middelen op gemeentelijk niveau ontbreken om alle regels die gesteld zijn adequaat te handhaven. Soms ontbreekt daarvoor ook de politiek bestuurlijke wil.'

Omgevingswet

Wat voor gevolgen heeft dit voor de Omgevingswet die in 2021 in werking moet treden? Deze wet moet ervoor zorgen dat regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd worden en nog meer decentralisatie plaatsvindt. Lam: ‘Ik ben altijd kritisch geweest, maar vind dat deze wet met de stand van nu er gewoon moet komen. Er is geen weg meer terug’.

Nijboer noemt de komst van Omgevingswet ook geen slechte ontwikkeling. ‘Het zorgt voor meer participatie- en overlegstructuur. Hierdoor ligt de verantwoordelijkheid meer bij de lokale overheid en burger. Dit is een goede zaak, vind ik.  Uiteraard moet er wel voor gezorgd worden dat de wet pas wordt geïmplementeerd als gemeenten hier klaar voor zijn en ook de bijbehorende IT- functionaliteiten naar behoren werken. Ook dan  gaan we tegen kinderziektes aanlopen, maar dat hoort nu eenmaal bij de invoering van een nieuwe wet, zeker als het gaat om zo’n veelomvattende wijziging als de Omgevingswet.’

Dat betekent volgens haar niet niet dat je deze moderniseringsslag dan maar moet laten liggen. ‘Juist zo’n rapport van het ILT kan eraan bijdragen om goed te zien waar problemen kunnen ontstaan zodat deze in de nabije toekomst, ook bij invoering van de Omgevingswet, kunnen worden voorkomen.’

Lam benadrukt nog dat we ons in Nederland geen grote zorgen om de veiligheid hoeven te maken. ‘De meeste bestemmingsplannen zitten prima in elkaar.’

Reacties ILT en Binnenlandse Zaken

De ILT laat weten zich niet te herkennen in het beeld dat door de NRC wordt neergezet. ‘Er is door de ILT geen druk ervaren, vanuit BZK of andere departementen, om het document niet te publiceren of het Jaarverslag aan te passen’ en ‘Het is gebruikelijk om een Jaarverslag -voorafgaand aan publicatie- voor te leggen aan betrokken partijen voor een check op feitelijke onjuistheden. Ongelukkigerwijs is daarna een aangepaste tekst in het Jaarverslag terecht gekomen die geen juiste weergave van de conclusie weergeeft’ zijn passages in de reactie van het ILT. Ook het ministerie van BZK herkent zich niet in het geschetste beeld.

De stemming over de Invoeringswet Omgevingswet en daarbij ingediende moties in de Eerste Kamer vindt op 11 februari plaats.

De hele reactie is hier te lezen.

Het volledige NRC-artikel is hier te raadplegen.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen