Foto: Staatsbosbeheer

Overheid wil meer bos en bomen. Maar waar?

Meer bos én stadsontwikkeling: het kan, vindt Staatsbosbeheer

In het Klimaatakkoord van juni 2019 staat dat de overheid voor de periode 2020-2030 51 miljoen euro uittrekt voor bomen, bos en natuur. Een belangrijk onderdeel daarin is meer bos en bomen planten. Dat betekent werk aan de winkel voor Staatsbosbeheer, de grootste bos- en natuurbeheerder in Nederland. Meer bomen planten, maar waar? Op de eigen gronden, maar dat is onvoldoende om de klimaatdoelstellingen te halen. Samenwerking met projectontwikkelaars kan een uitkomst bieden, zegt Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer.

Dit artikel verscheen eerder in een meer uitgebreide vorm in vakblad Groen. Groen biedt professionele en actuele artikelen over groen en natuur voor mensen in de stad en in het landschap. 

Volgens het Klimaatakkoord leidt een toename van bomen, bossen en natuur (die koolstofdioxide vastleggen) tot ‘klimaatwinst’ omdat er dan minder CO2 in de atmosfeer komt. En dat is belangrijk om het broeikaseffect tegen te gaan. Er worden in het akkoord vier maatregelen genoemd die in 2030 moeten leiden tot een klimaatwinst van 0,4 megaton CO2 per jaar. Ter vergelijking: de glastuinbouw waarvoor 250 miljoen wordt uitgetrokken heeft als opgave 1,8 tot 2,9 Mton en de veehouderij (252 miljoen euro) 1,2 tot 2,7 Mton. Een van de maatregelen is het voorkomen van ontbossing. Een ander is uitbreiding van bos.

Bossen spelen een belangrijke rol in het tegengaan van de opwarming van de aarde. Bomen nemen het broeikasgas CO2 op dat mede zorgt voor de opwarming van de aarde. Bij uitbreiding van de bossen is Staatsbosbeheer, dat een kwart van het bos in Nederland beheert, een belangrijke speler. Het is dan ook de bedoeling dat de organisatie extra bos gaat aanleggen. ‘Daar pleiten wij al enkele jaren voor’, zegt Harry Boeschoten, programmadirecteur Groene Metropool van Staatsbosbeheer. ‘We gaan nu op eigen grond 5000 hectare extra bos aanplanten. Wil je het probleem groter aanpakken dat moet je eerder in de richting van 100.000 hectare aanplanten, dat zet zoden aan de dijk.’ Staatsbosbeheer pleit derhalve voor uitbreiding van het totale oppervlakte aan bos in Nederland. Dat de organisatie niet zelf gronden aankoopt om er vervolgens bomen op te zetten, is simpel: ‘Daar hebben wij geen geld voor’, zegt Boeschoten.

Projectontwikkelaars                              

Er is dus te weinig geld en te weinig ruimte, zeker in de Randstad, om klimaatbossen aan te leggen. Het realiseren van de klimaatdoelen zou meegekoppeld kunnen worden in de vergroening van de stadslandschappen. Om de vergroening mogelijk te maken is hiervoor samenwerking met andere partijen, zoals gemeenten en projectontwikkelaars, volgens Boeschoten noodzakelijk. Dat heeft onder meer geleid tot een overeenkomst met projectontwikkelaar AM. ‘In Krommenie gaat AM een nieuwe wijk ontwikkelen die is geïnspireerd op “groen en blauw”. Het is de bedoeling dat de natuur de wijk wordt ingetrokken.’ De nieuwe waterrijke wijk telt straks ruim 230 woningen. In de wijk worden groenstroken en sloten aan het aangrenzende natuurgebied van Staatsbosbeheer gekoppeld. Het natuurgebied, dat tot nu toe beperkt toegankelijk is, wordt ontsloten met vlonder- en voetpaden.

De achterliggende reden voor Staatsbosbeheer is duidelijk: mens en natuur dichter bij elkaar brengen, natuurgebieden dus beter ontsluiten én aansluiten op de nabijgelegen bebouwing. Het geld dat projectontwikkelaars betalen voor het gebruik van een deel van de percelen kan door Staatsbosbeheer gebruikt worden voor het beheer van het natuurgebied.

Groene Metropool

Voor de projectontwikkelaars is groen een verkoopargument, weet Boeschoten. Onderzoek van de Vereniging Deltametropool toont aan dat een woning in het stedelijk groen 7 tot 11 procent meer waard is dan eenzelfde huis dat niet in het groen staat. ‘Investeren in meer bos kan goed samengaan met stadsontwikkeling; het is werk met werk maken. Dit zal in de toekomst eerder toenemen dan afnemen. Wonen in een duurzame leefomgeving is nu eenmaal aantrekkelijk.’ Deze aanpak is onderdeel van de visie van het programma Groene Metropool waarmee Staatsbosbeheer wil bijdragen aan een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat in Nederlandse steden. Met andere woorden, waar groen een vanzelfsprekend deel uitmaakt van de stedelijke leefomgeving. Een voorbeeld is Breda dat ‘stad in het park’ wil worden en daarbij samenwerkt met Staatsbosbeheer.

'Een woning in het stedelijk groen is meer waard is dan eenzelfde huis dat niet in het groen staat'

Ook in de Haarlemmermeer is Staatsbosbeheer met partijen in gesprek, zoals gemeente en projectontwikkelaars. ‘De rol van de gemeenten wordt hierin steeds belangrijker. Ik juich bijvoorbeeld het initiatief van de gemeente Den Haag om een puntensysteem in te voeren voor natuur- en natuurinclusief bouwen, dan ook toe.’ Middels dit systeem worden ontwikkelaars en architecten aangespoord om meer rekening te houden met groen en natuur, bijvoorbeeld door gebruik te maken van sedumdaken of hangend groen aan gebouwen. ‘Je ziet steeds meer de ontwikkeling naar meer groen in de steden. Groen is goed voor de mensen en voor de natuur, denk hierbij aan het dempen van de temperatuur en waterafvoer. Wil je dit uitbreiden, dan moet je denken aan een netwerk van groen.’

Over bomen en bossen
Nederland telt 370.000 hectare boslandschap, circa 11 procent van het oppervlak. Staatsbosbeheer heeft enkele jaren geleden met een aantal partijen een plan gelanceerd om in de komende decennia 100.000 hectare nieuw bos te realiseren, bijvoorbeeld in het Groene Hart, het Gelderse Rivierengebied en de Veenkoloniën in Groningen-Drenthe. Dat nieuwe bos zou in 2050 ruim 1 Mton CO2 per jaar kunnen opslaan. Op eigen gronden wil Staatsbosbeheer in 10 jaar tijd op graslanden 5000 hectare nieuw bos aanplanten. Er worden allerlei soorten bomen geplant, zodat er diverse en aantrekkelijke bossen ontstaan en omdat bossen met diversiteit minder gevoelig zijn voor stormen. Daarnaast zorgt diversiteit voor risicospreiding in natuurgebieden als een boomsoort ziek wordt. Het soort bomen dat wordt geplant is afhankelijk van de grondsoort. 
Over houtproductie
Van oudsher draagt Staatsbosbeheer bij aan de houtproductie voor onder meer vloeren en meubels. Wat is er simpeler dan stoppen met kappen en de CO2-opname te blijven continueren? Er zijn volgens Boeschoten goede redenen om door te gaan met het kappen van bomen. ‘Bij het kappen verdwijnt niet de CO2-opnemende capaciteit: er ontstaat ruimte voor nieuwe bomen, de blijvende bomen gaan door met het vastleggen van CO2 en zolang hout duurzaam gebruikt wordt, blijft de CO2 langdurig vastgelegd. Delen die niet geschikt zijn voor de productie, zoals de kruin, blijven liggen als voeding voor de bodem. Alleen daar waar dat verantwoord kan, worden delen die niet geschikt zijn voor andere toepassingen gebruikt voor energievoorziening. Duurzame houtoogst is dus belangrijk en alle functies van het bos profiteren ervan.'
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen