Ik mocht voor de 450 gasten een verhaal houden. Het hoogtepunt vond ik de tweejaarlijkse uitreiking van de Arnhemse transformatieprijs.

Koolhaas & co verpesten het

In Arnhem is De Nacht van de Architectuur een begrip. Elk jaar verzamelt de bestuurlijke, artistieke en vastgoed-elite zich op een bijzondere locatie. Dit jaar was dat het voormalig ING-kantoor aan de Velperweg; een ‘brutalistische’ kolos die projectontwikkelaar Borghese momenteel uitholt en transformeert naar 203 appartementen. 

Ik mocht voor de 450 gasten een verhaal houden. Het hoogtepunt vond ik de tweejaarlijkse uitreiking van de Arnhemse transformatieprijs. Een vijftal nominaties passeerden de revue, alle voorbeelden van liefdevolle toewijding, vakmanschap en samenwerking tussen opdrachtgever en architect.

De eerste prijs van de vakjury viel het Gelders Huis ten deel, de inderdaad geslaagde restauratie en uitbreiding van het provinciehuis( TeamV Architectuur). Het publiek koos voor de Boulevard, transformatie van een monumentaal schoolgebouw naar appartementen (opZoom architecten).

Multifunctioneel centrum Zinder in Tiel won een andere prijs: de Steden in Beweging (StiB) Award. Als jurylid kon ik ervaren hoe dit gebouw op een lastige locatie tevreden
gebruikers en een grote stroom nieuwe bezoekers aantrekt. Een ontwerp van De Zwarte Hond en landschappelijk ingepast door Felixx Landscape Architects.

Dit zijn ‘zo maar’ een paar voorbeelden van de prima prestaties die de Nederlandse architectuur levert in termen van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Waarom overschaduwt de kritiek dan toch vaak de waardering als het gaat om architectuur in Nederland? Dat komt volgens mij door de dominantie van Rem Koolkaas,
zijn bureau OMA en andere modernistische (buitenlandse) ster-architecten.

Zij staan garant voor megalomane ontwerpen (De Rotterdam), exorbitante exploitatiekosten (Nederlandse ambassade in Berlijn), mislukte, dure ‘concepten’ (permanente expositie moderne kunst in het Stedelijk Museum) en chaos (rol OMA bij de restauratie van het Binnenhof).

De discussie sluimerde al geruime tijd, maar kreeg een impuls door opmerkingen van die rare Thierry Baudet. Dat ontketende een stevig debat, ook onder architecten. De toonzetting varieert, van ‘Leve de moderne architectuur, maar Baudet heeft wel een punt’ tot ‘Baudet heeft gelijk: Nederland lijdt onder ster-architecten’.

In dit laatste artikel in de Volkskrant (19 april 2019) zegt architect Hans van der Heijden: ‘Door de aanwezigheid van Koolhaas is het Nederlandse architectuurdebat totaal naar binnen geklapt. Toen ik student was en Koolhaas arriveerde, vroeg de beroepsgroep zich vertwijfeld af: wat kunnen wíj nu nog doen? In de meeste gevallen luidde het antwoord: bouwen in de geest van Koolhaas …

De architect wordt niet geschoold in bescheidenheid. Zijn schepping moet meer zijn dan een decor voor het leven van alledag; ze moet de essentie zijn. Wij denken nog steeds dat onze studenten bouwkunde ontwerpen met ingewikkelde doorsneden moeten maken en dat ze enorm moeten uitpakken, want alleen dan is woningbouw architectuur. 

Van der Heijden slaat de spijker op de kop. De Nederlandse architectuurwereld zou er goed aan doen zich te bevrijden van de Koolhaas/OMA-dominantie. Dat vergt positie kiezen, met een veelheid van maatregelen, waartoe in ieder geval aanpassing van de opleidingen behoort. Dan pas treden al die ontwerpen die wel om mensen geven uit de schaduw van de megalomane, geldverslindende ‘iconen’.

Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar
Gebiedsontwikkeling TU Delft

De app van Stadszaken is sinds deze week gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heeft u nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van uw smartphone of tablet. Hoofdredacteur Marcel Bayer noemt de app een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen

Steeds meer Nederlandse steden stellen programma’s op om zoveel mogelijk auto’s uit de binnenstad te weren. De Noorse hoofdstad Oslo is hier al sinds 2016 mee bezig. In de vijf jaren die de stad nu bezig is met het autovrije leefbaarheidsprogramma moest de gemeenteraad de nodige hobbels overwinnen. Dit zijn de lessen die Nederlandse steden kunnen trekken. >>